Je bent niet zomaar zo geworden
Hoe je jeugd, zenuwstelsel en stresssysteem invloed hebben op hoe je vandaag reageert.

Heb je je weleens afgevraagd waarom je reageert zoals je reageert? Waarom sommige situaties je nauwelijks raken, terwijl iets dat heel klein lijkt je volledig uit balans kan brengen? Waarom je soms enorm de behoefte hebt om controle te houden, moeilijk kunt ontspannen of juist de neiging hebt om je terug te trekken wanneer iets spannend wordt?
We denken gemakkelijk dat dit gewoon bij ons hoort. Zo ben ik nu eenmaal. Maar zo eenvoudig is het vaak niet.
De manier waarop we omgaan met spanning, emoties en relaties ontstaat voor een belangrijk deel al vroeg in ons leven. Ons brein en zenuwstelsel ontwikkelen zich voortdurend in reactie op de wereld om ons heen. Als kind leer je, zonder dat je daar bewust mee bezig bent, wat je van die wereld kunt verwachten.
Dat maakt het interessant om niet alleen te kijken naar hoe je reageert, maar ook naar de vraag: Waar heb je dat ooit geleerd?
Je brein leert de wereld kennen
Een kinderbrein is nog volop in ontwikkeling en past zich voortdurend aan de omgeving aan. Het probeert als het ware te begrijpen hoe de wereld werkt waarin het leeft. Wat het kan verwachten van andere mensen. En wat het moet doen om hier veilig te zijn.
Een kind dat opgroeit in een omgeving waarin het zich meestal gezien en veilig voelt, krijgt door dagelijkse ervaringen mee dat de wereld redelijk voorspelbaar is. Als het verdrietig is, komt er iemand. Als het bang is, is er troost. Als het boos is, blijft de relatie bestaan. Als iets niet lukt, mag het opnieuw proberen.
Door al die kleine ervaringen ontstaat langzaam een basisgevoel van veiligheid. Het kind ontdekt dat spanning weer kan zakken en dat het niet alles alleen hoeft op te lossen.
Maar wanneer een omgeving langdurig onvoorspelbaar, gespannen of onveilig is, leert het brein andere dingen. Misschien wordt het belangrijk om voortdurend op te letten. Om de stemming van anderen goed aan te voelen. Om conflicten te vermijden of vooral niet te veel ruimte in te nemen.
Het brein doet op dat moment precies waar het voor gemaakt is. Het leert van de omgeving en past zich aan, aan wat het daar aantreft.
Wanneer alertheid vanzelfsprekend wordt
Ons stresssysteem is eigenlijk een prachtig systeem. Het zorgt ervoor dat we kunnen reageren wanneer dat nodig is. Bij gevaar gaat het lichaam onmiddellijk in actie. Je hartslag versnelt, je spieren spannen zich aan en je aandacht wordt gericht op wat er gebeurt.
Daar is niets mis mee. Sterker nog, zonder dit systeem zouden we onszelf niet goed kunnen beschermen.
Maar een gezond stresssysteem kent niet alleen een aan-stand. Het kent ook een uit-stand.
Wanneer het gevaar voorbij is, hoort je lichaam weer terug te kunnen keren naar rust. Je ademhaling wordt rustiger, je spieren ontspannen en je aandacht kan zich weer verbreden.
Bij langdurige stress kan dat herstel moeilijker worden. Zeker wanneer een kind vaak spanning ervaart en weinig hulp krijgt om daarna weer tot rust te komen. Het zenuwstelsel kan zich dan steeds meer gaan gedragen alsof alertheid noodzakelijk is.
Dat kan jaren later nog zichtbaar zijn. Misschien merk je dat je snel spanning oppikt bij anderen. Misschien vind je het moeilijk om niets te doen of wil je graag weten wat er gaat gebeuren. Misschien reageert je lichaam sterk op een bepaalde toon of blik, terwijl je verstand denkt dat er eigenlijk niets aan de hand is.
Je lichaam kan dan al reageren voordat jij bewust hebt bedacht waarom.
Je lichaam weet soms eerder iets dan je hoofd
Dat is misschien wel één van de fascinerendste eigenschappen van ons stresssysteem.
We denken graag dat we eerst iets waarnemen, erover nadenken en vervolgens reageren. In werkelijkheid gebeurt een groot deel van onze informatieverwerking razendsnel en buiten ons bewustzijn.
Een bepaalde gezichtsuitdrukking, een stemverandering of een onverwachte stilte kan voldoende zijn om je systeem alert te maken. Je schouders spannen zich aan, je ademhaling verandert of je voelt een knoop in je buik. Pas daarna komt misschien de gedachte: Waarom reageer ik hier eigenlijk zo sterk op?
Wanneer je erg gespannen bent, wordt het bovendien moeilijker om rustig te blijven nadenken en een situatie vanuit verschillende kanten te bekijken. Je brein geeft op dat moment simpelweg voorrang aan veiligheid.
Je kunt dus rationeel weten dat je veilig bent, terwijl je lichaam daar nog niet helemaal van overtuigd is.
Veiligheid leer je eerst samen
Daarmee komen we bij hechting.
Een baby wordt niet geboren met het vermogen om zichzelf volledig te reguleren. Wanneer een baby overstuur raakt, heeft het een ander zenuwstelsel nodig om te helpen kalmeren. Een ouder die het kind vasthoudt, rustig toespreekt en nabij blijft, helpt het lichaam van het kind om weer tot rust te komen.
Dat gebeurt niet één keer, maar duizenden keren.
Langzaam ontstaat daardoor een belangrijke ervaring. De ervaring dat je spanning kunt voelen en daarna weer rustig kunt worden. Je hoeft dat niet alleen te doen.
Dit noemen we co-regulatie. Zelfregulatie ontstaat voor een belangrijk deel vanuit die eerdere ervaringen van samen reguleren.
Dat maakt ook begrijpelijk waarom relaties zo'n belangrijke rol kunnen spelen in ons welzijn. Een veilige relatie kan niet alleen emotioneel prettig zijn, maar contact met een ander kan ons ook helpen om spanning beter te verwerken en weer terug te keren naar rust.
Niet alleen wat er gebeurde, maar ook wat er ontbrak
Wanneer we nadenken over moeilijke jeugdervaringen, denken we vaak aan wat er wél gebeurde. Een heftige gebeurtenis, veel ruzie, verlies, mishandeling of andere vormen van onveiligheid.
Maar soms zit de impact juist in wat er ontbrak.
Een kind kan bijvoorbeeld opgroeien in een gezin waarin alles praktisch goed geregeld is, maar waarin weinig ruimte is voor emoties. Misschien was er weinig aandacht voor verdriet, was boosheid lastig of werd van het kind verwacht dat het al vroeg zelfstandig was.
Dat betekent niet automatisch dat ouders niet van hun kind hielden. Ouderschap is ingewikkeld en ouders dragen zelf ook hun eigen geschiedenis met zich mee.
Een kind heeft meer nodig dan alleen eten, kleding en een dak boven het hoofd. Het heeft ook ervaringen nodig waarin het merkt dat gevoelens welkom zijn en dat het niet alleen hoeft te zijn met spanning.
Wanneer die ervaringen weinig aanwezig zijn, kan dat later invloed hebben op de manier waarop iemand met emoties, relaties en zichzelf omgaat.
Misschien was je gedrag ooit heel logisch
En misschien is dat wel het belangrijkste om mee te nemen uit dit blog.
We kijken vaak naar gedrag als iets wat we moeten oplossen. Waarom moet ik altijd alles onder controle hebben? Waarom vertrouw ik anderen zo moeilijk? Waarom trek ik me terug? Waarom ben ik zo gevoelig voor de stemming van anderen?
Maar je kunt jezelf ook een andere vraag stellen:
Waar heeft dit gedrag mij ooit bij geholpen?
Controle kan veiligheid hebben gegeven. Altijd rekening houden met anderen kan een manier zijn geweest om spanning te voorkomen. Waakzaam zijn kan belangrijk zijn geweest om te weten wat er ging gebeuren. Je terugtrekken kan een manier zijn geweest om jezelf te beschermen tegen overweldigende emoties.
Die patronen kunnen in je volwassen leven behoorlijk lastig worden. Tegelijkertijd helpt het om te begrijpen waar ze vandaan kunnen komen.
Je hoeft jezelf dan niet meteen te veroordelen. Je kunt nieuwsgierig worden.
Wat probeert mijn systeem voor mij te doen?
Je bent niet alleen wat je hebt geleerd
Gelukkig is het verhaal daarmee niet afgelopen.
Ons brein en zenuwstelsel blijven gedurende ons leven beïnvloedbaar. Nieuwe ervaringen kunnen nieuwe verbindingen en nieuwe verwachtingen creëren. Een veilige relatie, voldoende rust en herstel, leren luisteren naar lichaamssignalen, bewegen, slapen en professionele begeleiding kunnen allemaal bijdragen aan meer veerkracht.
Je hoeft je verleden niet uit te wissen. Het doel is ook niet om nooit meer stress te voelen.
Het gaat erom dat je systeem steeds meer ervaringen krijgt die iets anders vertellen:
Ik kan spanning voelen en toch veilig zijn.
Ik hoef niet overal op voorbereid te zijn.
Ik kan voelen wat er gebeurt en daarna weer herstellen.
Misschien ben je dus niet simpelweg iemand die 'te gevoelig' is, moeilijk kan ontspannen of altijd controle wil houden.
Misschien heeft je systeem in de loop van je leven bepaalde manieren ontwikkeld om met spanning en onzekerheid om te gaan.
En als je omstandigheden veranderen, kunnen die manieren mee veranderen.
Je verleden is onderdeel van je verhaal. Het hoeft niet het hele verhaal te blijven.

